ECLI:NL:RBDHA:2023:6529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ontheffing voor levering verbeterd cannabismateriaal aan ontheffinghouders
KP Holland B.V., een veredelingsbedrijf, vroeg om een ontheffing om verbeterd cannabismateriaal (elite-uitgangsmateriaal in de vorm van levende planten) te leveren aan ontheffinghouders die cannabis telen voor medicinale doeleinden. Verweerder, de minister van Volksgezondheid, wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de Opiumwet een specifiek regime kent voor cannabis, waarbij het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) het exclusieve recht heeft om hennep te verhandelen.
De rechtbank volgt de argumentatie van verweerder dat ontheffingen voor cannabis alleen kunnen worden verleend voor teelt en niet voor verkoop of levering aan andere ontheffinghouders. Dit volgt uit artikel 8i, vijfde lid, van de Opiumwet, dat het monopolie op verkoop bij de minister legt, uitgevoerd door het BMC. De eerdere ontheffing van eiseres voor onderzoek en inslaan van middelen betreft niet het recht om hennep te verkopen.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en de Memorie van Toelichting bij de Opiumwet, die bevestigen dat het verkoopmonopolie wettelijk is verankerd en niet kan worden doorbroken door individuele ontheffingen. Ook de verwijzing naar verkoop van THC-extracten door andere partijen doet hieraan niet af, omdat THC onder een andere regeling valt. Het beroep van KP Holland B.V. wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van KP Holland B.V. wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om ontheffing voor levering van verbeterd cannabismateriaal wordt afgewezen.