ECLI:NL:RBDHA:2023:6441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen bijzondere bijstand
Eiser diende op 26 november 2021 een aanvraag bijzondere bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn besliste, stelde eiser op 24 februari 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen aan het bestuursorgaan, waarna pas beroep kan worden ingesteld als binnen twee weken geen besluit volgt.
Eiser voegde bij zijn beroep twee foto’s van ingebrekestellingen, waarvan één gericht was aan het UWV en de andere aan verweerder. De ingebrekestelling aan verweerder betrof echter andere aanvragen en bezwaren en niet de aanvraag van 26 november 2021. De rechtbank concludeerde dat eiser geen geldige ingebrekestelling had gestuurd met betrekking tot de aanvraag waarop het beroep betrekking had.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat zelfs als de ingebrekestelling wel op de aanvraag zou zien, eiser het beroep te vroeg had ingesteld, namelijk binnen elf dagen in plaats van veertien dagen na de ingebrekestelling. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.