Partijen zijn gehuwd en in scheiding. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de man huurder wordt van de woning na inschrijving van de echtscheiding in de registers. De vrouw is tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
De man verzoekt bij voorlopige voorziening het uitsluitend gebruik van de woning toe te kennen aan hem, met het bevel aan de vrouw om de woning te verlaten. De vrouw betwist ontvankelijkheid en spoedeisend belang, maar de rechtbank oordeelt dat de man ontvankelijk is en een spoedeisend belang heeft vanwege onhoudbare spanningen.
De rechtbank stelt vast dat het niet langer mogelijk is voor partijen om samen te wonen. De vrouw kan tijdelijk elders verblijven, de man niet. Het belang van de man weegt zwaarder dan dat van de vrouw, mede omdat de dochter van de vrouw feitelijk elders woont. Daarom wordt het verzoek van de man toegewezen en dat van de vrouw afgewezen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt tot inschrijving van de echtscheiding. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.