Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 16 maart 2023 onder vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening. De maatregel werd op 13 april 2023 opgeheven omdat eiser daadwerkelijk werd overgedragen.
Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank beperkte de beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. Eiser voerde aan dat het verdedigingsbeginsel was geschonden omdat verweerder onvoldoende had doorgevraagd naar persoonlijke omstandigheden die een lichter middel zouden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor bewaring niet betwist waren en voldoende waren om het risico op onttrekking aan toezicht te rechtvaardigen. Eiser had in het gehoor geen feiten aangevoerd die een lichter middel rechtvaardigen en had ook in beroep geen concrete individuele omstandigheden genoemd. Ambtshalve onderzoek bevestigde de rechtmatigheid van de maatregel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.