Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
in ieder geval99 kilometer per uur was, bijna 2 keer de daar toegestane snelheid (50 kilometer per uur). Dat is zonder meer een veel te hoge en gevaarlijke snelheid, mede gelet op de verkeerssituatie. Zelfs als de verdachte door groen licht was gereden, zou dit op een dergelijk kruispunt midden in de stad een gevaarlijke situatie opleveren. De verdachte heeft echter ook een rood verkeerslicht genegeerd dat al meer dan 10 seconden op rood stond. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte aldus twee essentiële verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden (zoals hiervoor onder ‘a’ en ‘b’ bedoeld). Gelet op de aard en de ernst van deze verkeersovertredingen is de rechtbank van oordeel dat bij de verdachte ook het dubbel opzet aanwezig was om (zowel) die verkeersregels te schenden als om dit in ernstige mate te doen (zoals hiervoor onder ‘c’ bedoeld). De casus wijkt in zoverre af van iemand die bijvoorbeeld nét te snel door het door het op rood licht springende verkeerslicht is gereden. Tot slot overweegt de rechtbank dat met dit rijgedrag gevaar was te duchten zoals hiervoor onder ‘d’ bedoeld, nu dit rijgedrag plaatsvond midden in de binnenstad van Den Haag op een weg met meerdere kruispunten en in- en uitritten en waar op vrijwel elk moment van de dag (ook kwetsbare) verkeerdeelnemers aanwezig zin. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het gedrag van de verdachte als overtreding van artikel 5a WVW is aan te merken. De rechtbank oordeelt dan ook dat op grond van artikel 6 jo Pro. 175 WVW sprake is van roekeloosheid.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
6 (ZES) MAANDEN;
2 (TWEE) JAREN.