ECLI:NL:RBDHA:2023:6265

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
2 mei 2023
Zaaknummer
NL23.7619
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbWBV 2022/22Vreemdelingencirculaire 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag na intrekking

Eiser heeft op 13 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 augustus 2022. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 31 maart 2023 de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Hierdoor kan eiser met het beroep niet in een betere positie komen te verkeren.

De rechtbank overweegt dat het verzoek om het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten geen zelfstandig belang oplevert. Daarnaast is de termijn voor het beslissen op de aanvraag verlengd met negen maanden op grond van de WBV 2022/22, zodat de ingebrekestelling van verweerder prematuur was.

Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag is ingewilligd en geen belang meer bestaat.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.7619

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft op 13 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 augustus 2022.
Bij besluit van 31 maart 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Desgevraagd heeft eiser meegedeeld dat hij nog procesbelang ziet in het verzoek tot het veroordelen van verweerder in de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Nu de aanvraag van eiser is ingewilligd, kan eiser met het beroep niet in een betere positie komen te verkeren. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de beoordeling van het beroep. Anders dan eiser stelt, kan een dergelijk belang niet gevonden worden in het verzoek om het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten.
2. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser heeft op 8 augustus 2022 zijn asielaanvraag ingediend. Gelet op de WBV 2022/22 [2] is de termijn van zes maanden om op de aanvraag te beslissen verlengd met negen maanden. Dit betekent dat deze nog niet was verlopen ten tijde van de ingebrekestelling van verweerder.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.