ECLI:NL:RBDHA:2023:6205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting ondertoezichtstelling wegens ontbreken herstel contact ouders
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot voortzetting van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. De ondertoezichtstelling was aanvankelijk opgelegd vanwege zorgen over de communicatiebarrière tussen de ouders en de negatieve invloed daarvan op de kinderen.
De Raad wilde de ondertoezichtstelling voortzetten om via een begeleidingsprogramma van Ad Astra het contact tussen de ouders te verbeteren. De moeder trok echter haar eerdere instemming met deelname aan dit traject in en betoogde dat het contactherstel niet haalbaar is. Zij gaf aan dat zij als boosdoener wordt gezien terwijl zij altijd heeft meegewerkt, en dat de vader nooit heeft meegewerkt.
De kinderrechter concludeerde dat de wettelijke gronden voor voortzetting van de ondertoezichtstelling ontbreken omdat het doel van contactherstel niet bereikt zal worden. De gecertificeerde instelling kon geen alternatieven bieden. Daarom is het niet in het belang van de kinderen om de ondertoezichtstelling voort te zetten.
De kinderrechter wees het verzoek tot voortzetting van de ondertoezichtstelling af. De uitspraak werd mondeling gegeven op 13 april 2023 en schriftelijk vastgesteld op 28 april 2023.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat het contactherstel tussen ouders niet haalbaar is.