ECLI:NL:RBDHA:2023:6196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding beslistermijn bij omgevingsvergunning
Eiser ontving een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning en het realiseren van een uitweg. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt door derden. Het college handhaafde het besluit en legde een dwangsom op wegens overschrijding van de beslistermijn met vier dagen. Eiser verzocht de rechtbank om schadevergoeding voor de door hem gestelde vertraging en hogere bouwkosten.
De rechtbank kwalificeerde de brief van eiser als een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 Awb Pro, maar stelde vast dat eiser niet schriftelijk vooraf om vergoeding had gevraagd zoals vereist in artikel 8:90 Awb Pro. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de overschrijding van vier dagen zonder bijkomende omstandigheden geen aansprakelijkheid voor schade oplevert.
Omdat eiser sinds het oorspronkelijke besluit beschikte over de vergunning en zelf koos te wachten tot het besluit op bezwaar, was de gestelde schade voor zijn eigen risico. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen. De rechtbank zag geen noodzaak het verzoek door te sturen naar het college, omdat het college reeds inhoudelijk had gereageerd. Eiser kreeg het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn wordt afgewezen.