ECLI:NL:RBDHA:2023:6191
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing overdrachtsbesluit Dublinverordening aan artikel 3 EVRM afgewezen
Eiser, met de Indiase nationaliteit, werd op 10 maart 2023 staande gehouden en in bewaring gesteld. Verweerder nam op 31 maart 2023 een overdrachtsbesluit op basis van de Dublinverordening om eiser over te dragen aan Duitsland. Eiser betwist dit besluit en voert schending aan van de artikelen 3, 6 en 8 EVRM, onder meer vanwege zijn familiebanden in Nederland en België en zijn medische situatie.
De rechtbank oordeelt dat het besluit terecht is gebaseerd op artikel 18 van Pro de Dublinverordening, aangezien eiser in 2016 een asielverzoek in Duitsland heeft ingediend en dit verzoek in 2018 heeft verlaten, wat wordt gezien als intrekking. De rechtbank stelt dat het overdrachtsbesluit slechts een kennisgeving is en dat toetsing aan artikel 3 EVRM Pro wel degelijk plaatsvindt, maar dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er een schending is.
Verder overweegt de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Duitsland en dat eiser geen procedure in Nederland heeft gestart om zijn zorgen over artikel 6 en Pro 8 EVRM te toetsen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.