ECLI:NL:RBDHA:2023:6133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en niet overtuigend bewijs
Eiser diende op 2 januari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na een eerdere vernietiging van het besluit wegens onzorgvuldigheid, wees de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag in juli 2022 opnieuw af. De rechtbank behandelde het beroep op 6 december 2022.
De rechtbank oordeelt dat het asielrelaas van eiser summier, tegenstrijdig en ongeloofwaardig is, met name over de omstandigheden rond het overlijden van zijn vriendin en de vermeende vervolging door haar familie. Het overgelegde politiedocument is door Bureau Documenten onderzocht en waarschijnlijk niet echt bevonden, wat de geloofwaardigheid verder ondermijnt.
Eiser stelde dat het gebruik van een niet-registertolk tijdens het gehoor tot misverstanden heeft geleid, maar de rechtbank concludeert dat de tolk begrijpelijk was en geen belangen van eiser zijn geschaad. De rechtbank volgt de staatssecretaris in de beoordeling dat eiser geen vluchteling is en geen reëel risico op ernstige schade bij uitzetting heeft aangetoond.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.Y.B. Jansen en griffier A. Hoekstra op 28 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs van risico bij uitzetting.