ECLI:NL:RBDHA:2023:6100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Palestijnse familie in Libië wegens onvoldoende kwetsbare minderheidsgroep
Eisers, een Palestijnse man, zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen, vroegen asiel aan in Nederland vanwege hun situatie in Libië. Eisers stelden dat zij vanwege lidmaatschap van een politieke groepering en eerdere ontvoeringen door milities risico liepen op ernstige schade. De staatssecretaris wees hun aanvragen af, met het argument dat zij niet voldoende hadden aangetoond dat zij behoren tot een kwetsbare minderheidsgroep.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere ontvoeringen en kritiek op autoriteiten geloofwaardig waren, maar dat er onvoldoende bewijs was dat de Palestijnen in Libië als groep negatief worden bejegend door andere groepen. De rechtbank vond dat verweerder voldoende gemotiveerd had waarom eisers niet als kwetsbare minderheidsgroep konden worden aangemerkt, mede gelet op het landenbeleid en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank verwierp het betoog van eisers dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen nieuw voornemen uit te brengen en dat de motivering onvoldoende was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende bewijs van kwetsbare minderheidsgroep.