Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer] , verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening tegen besluiten van 21 maart 2023 waarbij hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling zijn genomen. De reden hiervoor was dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen, conform de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een vergelijkbare zaak (NL23.8755) op 14 april 2023. Verzoekers waren aanwezig met hun gemachtigde en er was een tolk aanwezig. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.8755) uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.