ECLI:NL:RBDHA:2023:5965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing en ongegrondverklaring klacht tegen verplichte ECT-behandeling
Betrokkene, onder verplichte zorg krachtens een zorgmachtiging, verzocht de rechtbank om de schorsing van de verplichte ECT-behandeling en verklaarde een klacht tegen deze behandeling gegrond. De rechtbank nam kennis van de medische situatie, het behandelprotocol en de complexiteit van de psychische stoornis van betrokkene.
De rechtbank oordeelde dat de ECT-behandeling, ondanks de bijwerkingen en de langdurige duur, proportioneel, doelmatig en noodzakelijk is om ernstig nadeel door de psychische stoornis te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar, mede door de bijwerkingen van medicatie zoals clozapine en de terughoudendheid van betrokkene ten aanzien van andere medicatie.
De behandeling is recent geëvalueerd en afgebouwd, wat wijst op effectiviteit. De rechtbank concludeerde dat de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid zijn nageleefd. Daarom wees zij het schorsingsverzoek af en verklaarde de klacht ongegrond.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de verplichte ECT-behandeling wordt afgewezen en de klacht wordt ongegrond verklaard.