ECLI:NL:RBDHA:2023:5851
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 11 april 2023 behandeld. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. Na behandeling heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.9062).
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en griffier M. Dijk, en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.