Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Gemeente Den Haagte Den Haag ,
Stichting Hof Wonenals rechtsopvolger van Stichting Vestia te Rotterdam,
1.Gemeente Den Haagte Den Haag ,
Stichting Hof Wonenals rechtsopvolger van Stichting Vestia te Rotterdam,
Rechtbank Den Haag
In deze kort geding procedure stonden twee samenhangende zaken centraal tussen [eiser in zaak 1/gedaagde in zaak 2] enerzijds en de Gemeente Den Haag en Stichting Hof Wonen anderzijds. De Gemeente huurt een voormalig zorgcomplex van de Stichting, waarin bewoners maatschappelijke opvang kregen. [eiser in zaak 1/gedaagde in zaak 2] had in het complex en de binnentuin hout en materialen opgeslagen en wilde tuinmeubelen maken. De Gemeente en Stichting wensten echter ontruiming vanwege sloop- en verbouwingswerkzaamheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat [eiser in zaak 1/gedaagde in zaak 2] geen rechtsgrond had voor het gebruik van de ruimtes en dat er geen sprake was van een overeenkomst die hem een gebruiksrecht gaf. Zijn stelling van onrechtmatig handelen door de Gemeente en Stichting werd verworpen. De belangenafweging wees uit dat het spoedeisende belang van de Gemeente en Stichting bij voortgang van de verbouwing zwaarder woog dan het belang van [eiser in zaak 1/gedaagde in zaak 2] bij het voltooien van zijn project.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van [eiser in zaak 1/gedaagde in zaak 2] af en veroordeelde hem tot ontruiming van drie specifieke ruimtes binnen drie dagen en tot verwijdering van hout en andere zaken uit de binnentuin binnen zeventien dagen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval van niet-nakoming en werd [eiser in zaak 1/gedaagde in zaak 2] veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser in zaak 1/gedaagde in zaak 2] af en veroordeelt hem tot ontruiming van drie ruimtes en verwijdering van hout binnen gestelde termijnen met dwangsommen.