ECLI:NL:RBDHA:2023:5663
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel bewaring vreemdeling onder verwijzing naar EU-rechtspraak
De zaak betreft een beroep van een vreemdeling tegen de voortzetting van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of de voortzetting van de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 7 april 2023 rechtmatig is.
De rechtbank constateert dat de vreemdeling niet heeft gereageerd op de voortgangsrapportage van de staatssecretaris en dat de staatssecretaris actief en voortvarend heeft gewerkt aan de uitzetting, onder meer door het aanvragen van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten. Er is voldoende zicht op uitzetting en geen aanwijzingen dat de bewaring onrechtmatig is.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 13 april 2023 waarin de bewaring tot dat moment rechtmatig werd bevonden en naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, dat ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van voortzetting vereist.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.