ECLI:NL:RBDHA:2023:5566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens positieve ontwikkeling
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds september 2022 van kracht was. De minderjarige verblijft feitelijk bij zijn moeder, en beide ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
Tijdens de zitting werd toegelicht dat er geen zorgen meer zijn over de verkeerde vriendengroep en dat medicatie goed werkt bij regelmatige inname. De minderjarige werkt momenteel bij de Macdonalds en wil een baan in de bouw zoeken. Er is een coach betrokken die positieve rapporten geeft over de nakoming van afspraken. De gecertificeerde instelling acht een verlenging van drie maanden voldoende om de overgang naar een vrijwillig kader te regelen.
De ouders voeren verweer en stellen dat de ondertoezichtstelling niet heeft geleid tot de benodigde hulp. De moeder heeft zelf hulp geregeld en onderhoudt contacten met leerplicht. De ouders zijn bereid de ondertoezichtstelling slechts te verlengen om de afronding goed te regelen.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor verlenging niet (meer) aanwezig zijn, gezien de positieve ontwikkeling en het ontbreken van een ontwikkelingsbedreiging. Het gedwongen kader is niet langer passend en de ouders zijn bereid en in staat om hulpverlening vrijwillig te accepteren. Het verzoek tot verlenging wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is afgewezen wegens onvoldoende gronden.