ECLI:NL:RBDHA:2023:5546
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag na Dublinprocedure
Eiser diende op 23 december 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder diende op 21 februari 2022 een terugnameverzoek in bij Italië op grond van de Dublinverordening. Italië werd per 2 maart 2022 verantwoordelijk voor de asielaanvraag, waarna de beslistermijn van zes maanden voor overdracht aan Italië liep tot 2 september 2022. Omdat eiser niet binnen deze termijn werd overgedragen, werd Nederland vanaf 3 september 2022 weer verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde verweerder bij brief van 10 november 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens stelde eiser op 28 november 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat op 10 november 2022 verweerder nog niet in gebreke was, zodat de ingebrekestelling niet geldig was en het beroep niet-ontvankelijk is.
De rechtbank baseert haar oordeel op de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met de Dublinverordening. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt derhalve afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.