Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
€ 418,50.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 12 september 2022 een aanvraag in voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv). Toen de staatssecretaris niet tijdig op deze aanvraag besliste, diende verzoekster op 13 januari 2023 twee beroepschriften in wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens besloot de staatssecretaris alsnog op 27 januari 2023 de aanvraag in te willigen. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar beroepen in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond was. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntentelling en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het tweede beroep niet-ontvankelijk was omdat er al een beroep liep over hetzelfde onderwerp, waardoor geen proceskostenvergoeding werd toegekend voor dat beroep. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten voor het eerste beroep en wees het verzoek voor het tweede beroep af.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten voor het eerste beroep wegens niet tijdig beslissen.