ECLI:NL:RBDHA:2023:5543

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
NL22.22399
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker, een asielzoeker van Somalische nationaliteit, diende op 18 januari 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de aanvraag verder te behandelen in de Verlengde Asielprocedure. Nadat verweerder niet tijdig had beslist, stelde verzoeker op 2 november 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.

Op 2 maart 2023 werd het asielverzoek alsnog ingewilligd door verweerder, waarna verzoeker het beroep introk en een vergoeding van proceskosten vorderde. De rechtbank stelde verweerder in de gelegenheid te reageren, waarna deze aangaf bereid te zijn proceskosten tot € 418,50 te vergoeden.

De rechtbank oordeelde dat verweerder aan verzoeker tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond was. De proceskosten werden vastgesteld op € 418,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van € 418,50 aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22399

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

geboren op [geboortedatum]
van Somalische nationaliteit,
v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Sinnema),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 18 januari 2022 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft verzoeker bij brief van 24 januari 2022 bericht dat de asielaanvraag verder behandeld zal worden in de Verlengde Asielprocedure.
Verzoeker heeft op 2 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 2 maart 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft aangegeven dat hij bereid is de proceskosten voor het indienen van het beroep niet tijdig beslissen in onderhavige procedure te vergoeden tot een bedrag van
€ 418,50.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoeker.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.