ECLI:NL:RBDHA:2023:5539

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
NL22.23925
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep wegens niet tijdig beslissen op machtigingsaanvragen

Verzoekers hebben op 23 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) van 14 maart 2022. Tijdens het beroep heeft de staatssecretaris op 2 maart 2023 alsnog een besluit genomen en de aanvragen ingewilligd, waarbij tevens een dwangsom werd toegekend.

Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers hun beroep ingetrokken en een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek, maar er is geen reactie ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekers tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding daarom kennelijk gegrond is. Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23925

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum]
[naam],
geboren op [geboortedatum]
[naam],
geboren op [geboortedatum]
verzoekers
V-nummers: [nummers]
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Verzoekers hebben op 23 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) van 14 maart 2022.
Bij besluit van 2 maart 2023 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers ingewilligd en een dwangsom toegekend.
Verzoekers hebben vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft hierop niet gereageerd.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekers tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvragen van 14 maart 2022.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoekers hebben gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.