ECLI:NL:RBDHA:2023:5534
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker heeft op 13 september 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 januari 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het asielverzoek alsnog ingewilligd bij besluit van 1 november 2022. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift, aangezien het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.