ECLI:NL:RBDHA:2023:5532
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag afgewezen en proceskosten toegewezen
Eiser heeft op 24 februari 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris heeft eiser op 26 augustus 2022 een ingebrekestelling gestuurd en op 31 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
Op 5 december 2022 heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen waarin de aanvraag werd ingewilligd, maar zonder vaststelling van een bestuurlijke dwangsom. Eiser handhaafde het beroep en verzocht om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat inmiddels een besluit is genomen binnen de wettelijke kaders. Verder is het beroep tegen het besluit van 5 december 2022 ongegrond, omdat de staatssecretaris op grond van recente jurisprudentie geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds, en openbaar gemaakt op 19 april 2023.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, beroep tegen besluit ongegrond, staatssecretaris veroordeeld tot proceskostenvergoeding.