In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het beroep van eisers tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland gegrond verklaard. Het betrof een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de bouw van 19 woningen nabij het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte gebruik heeft gemaakt van depositieruimte in het stikstofregistratiesysteem (SSRS) die is ontstaan door de landelijke snelheidsverlaging. Uit ecologische rapporten bleek dat niet kan worden uitgesloten dat deze snelheidsmaatregel de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden aantast, waardoor deze depositieruimte niet rechtsgeldig is. Hierdoor kon verweerder niet met zekerheid vaststellen dat het bouwplan geen negatieve effecten zou hebben op het Natura 2000-gebied.
Daarnaast was er onvoldoende gemotiveerd dat de beheersmaatregelen voor de drie hexagonen in het gebied voldoende zekerheid boden dat de natuurlijke kenmerken niet zouden worden aangetast, omdat de voordelen van deze maatregelen niet vaststonden. Het relativiteitsvereiste kon niet worden toegepast tegen eisers omdat het Natura 2000-gebied deel uitmaakt van hun directe woon- en leefomgeving.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht aan eisers te vergoeden.