ECLI:NL:RBDHA:2023:55
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens ontbreken bewijs opzettelijk geweldsmisdrijf
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven nadat hij aangifte deed van mensenhandel en mishandeling door zijn ex-vrouw. Verweerder wees de aanvraag af omdat onvoldoende objectief bewijs was geleverd dat eiser slachtoffer was van een geweldsmisdrijf. De aangifte van mensenhandel werd geseponeerd en het lopende politieonderzoek naar oplichting kwalificeert niet als geweldsmisdrijf.
Eiser stelde in beroep dat hij wel degelijk bewijs had aangeleverd, waaronder meerdere processen-verbaal, schermafdrukken van Whatsappberichten en verklaringen van zijn psychiater over geestelijk letsel. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende waren om het bestaan van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf aan te tonen. De Whatsappberichten toonden geen mensenhandel en de herkomst ervan was niet vastgesteld. De psychiater verklaarde slechts dat eiser in behandeling was, wat niet volstaat als bewijs van letsel door een geweldsmisdrijf.
De rechtbank concludeerde dat niet is komen vast te staan dat eiser ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt afgewezen.