ECLI:NL:RBDHA:2023:5485
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling wegens onvoldoende ernstige ontwikkelingsbedreiging
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen vanwege zorgen over het gesloten gezinssysteem en de alcoholproblematiek van de vader. Deze zorgen ontstonden na een gesprek van een van de kinderen met de huisarts, waarbij suïcidale gedachten werden geuit. Veilig Thuis raakte betrokken, maar het contact met de ouders verliep moeizaam. De vader is inmiddels zelfstandig gestopt met drinken, wat positief wordt beoordeeld.
De ouders en hun advocaat voerden verweer tegen het verzoek. Zij betoogden dat de zorgen waren gebaseerd op een verkeerd geïnterpreteerd gesprek en dat het kind inmiddels in therapie was geweest en het nu goed gaat. De vader heeft zijn alcoholprobleem overwonnen en is maatschappelijk actief. De ouders en kinderen zijn niet gemotiveerd voor verdere hulpverlening.
De kinderrechter concludeerde dat de wettelijke vereiste van een ernstige ontwikkelingsbedreiging niet (meer) aanwezig is. Hoewel er in het verleden zorgen waren, is er nu sprake van een positieve ontwikkeling. De kinderen functioneren goed op school en er zijn geen actuele aanwijzingen voor ernstige bedreigingen. De kinderrechter erkent de hardnekkigheid van alcoholverslaving en de risico's van een gesloten gezin, maar acht een ondertoezichtstelling nu niet noodzakelijk.
Op basis van deze overwegingen wijst de kinderrechter het verzoek tot ondertoezichtstelling af. De beschikking werd op 6 april 2023 mondeling uitgesproken en op 13 april schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.