ECLI:NL:RBDHA:2023:5477

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
18 april 2023
Zaaknummer
23/436
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht bij wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden van 22 november 2022. De rechtbank Gelderland heeft de zaak aan de rechtbank Den Haag overgedragen, die hiermee instemde. De rechtbank constateert dat eiseres het griffierecht van €365,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, ondanks een herinnering en een tweede toezending van de brief.

Volgens artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht moet het griffierecht tijdig worden voldaan om ontvankelijk te zijn. Omdat eiseres geen verontschuldiging heeft gegeven voor het verzuim, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het beroep.

De procedure wordt beëindigd zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. de Winter en griffier L.F.A. Bouwens-Bos op 11 april 2023 en is verzonden aan partijen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/436

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2023 in de zaak tussen

Maatschap [eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres

en

de minister voor Natuur en Stikstof, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft tegen het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden van 22 november 2022 van verweerder (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
De formeel bevoegde rechtbank Gelderland heeft deze rechtbank gevraagd de zaak te behandelen omdat hier het beroep is ingesteld en deze rechtbank heeft hiermee ingestemd.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht voor andere dan natuurlijke personen € 365,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 11 februari 2023 eiseres eraan herinnerd dat zij griffierecht moet betalen (de herinnering) en in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van de herinnering te betalen. Daarbij is eiseres erop gewezen dat bij niet of niet tijdig betalen van het griffierecht het beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De rechtbank heeft deze brief op 2 maart 2023 onbestelbaar retour ontvangen met de mededeling “niet afgehaald”. Op 3 maart 2023 heeft de rechtbank de betreffende brief nogmaals per gewone post aan eiseres verzonden.
Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep en dat de procedure is beëindigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, rechter, in aanwezigheid van mr. L.F.A. Bouwens-Bos, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.