ECLI:NL:RBDHA:2023:537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ingezetenschap en daardoor geen AOW-verzekering 2003-2016
Eiser voerde aan dat hij van 13 november 2003 tot en met 6 november 2016 verzekerd was voor de Algemene Ouderdomswet (AOW). Verweerder stelde dat eiser in die periode in België woonde en daardoor niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd, wat een vereiste is voor AOW-verzekering.
De rechtbank stelde vast dat eiser zelf had verklaard dat hij in genoemde periode in Antwerpen woonde en dit niet had weersproken. Op grond van artikel 6 en Pro artikel 2 van Pro de AOW is alleen degene die in Nederland woont verzekerd. Het feit dat eiser stemgerechtigd was in Nederland maakte dit niet anders.
Hoewel eiser ook misstanden bij andere bestuursorganen aanvoerde, beperkte de rechtbank zich tot het bestreden besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Gezien de feiten concludeerde de rechtbank dat eiser in de periode 2003-2016 niet verzekerd was voor de AOW en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij van 2003 tot 2016 niet als ingezetene van Nederland gold en daardoor niet verzekerd was voor de AOW.