ECLI:NL:RBDHA:2023:5293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Kerstens - Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens deelname aan tientallen demonstraties tegen de Algerijnse overheid en bedreigingen door politieagenten. Hij stelde dat hij vanwege zijn kritische uitlatingen en familiebanden met IS-verdachten gevaar loopt.
Verweerder erkende de feiten maar oordeelde dat deze onvoldoende aanleiding geven tot een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank onderschreef dit oordeel en vond dat de enkele arrestaties en ondervragingen niet kwalificeren als vervolging. Ook het dreigement door één politieagent was onvoldoende om een reëel risico aan te nemen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de beslistermijn in de AA+ procedure niet tijdig heeft gerespecteerd, maar dit geen reden was om het beroep gegrond te verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Tegen de uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.