ECLI:NL:RBDHA:2023:525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit geen dwangsom verbeurd bij aanvraag Individuele Studietoeslag ongegrond verklaard
Eiser diende op 26 juli 2021 een aanvraag in voor Individuele Studietoeslag bij verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Eiser stelde dat verweerder niet tijdig op zijn aanvraag had beslist en stuurde op 17 januari 2022 een ingebrekestelling. Verweerder stelde in het primaire besluit van 26 januari 2022 dat geen dwangsom was verbeurd, omdat op 17 september 2021 al een besluit was genomen door de aanvraag buiten behandeling te stellen.
Eiser maakte bezwaar tegen dit primaire besluit, maar verweerder handhaafde dit standpunt in het bestreden besluit van 26 april 2022. Eiser stelde dat het buiten behandeling stellen geen besluit zou zijn en dat daardoor een dwangsom verbeurd zou zijn. De rechtbank oordeelt dat het buiten behandeling stellen wel degelijk een besluit is in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb, zoals ook bevestigd in een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verder is geen sprake van misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir) of machtsmisbruik door verweerder. Omdat verweerder binnen de beslistermijn heeft beslist, is het beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om dwangsom af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat verweerder tijdig heeft beslist door de aanvraag buiten behandeling te stellen, waardoor geen dwangsom is verbeurd.