ECLI:NL:RBDHA:2023:5246
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in het primaire besluit van 17 november 2020.
Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door de verweerder op 25 november 2022, heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 28 maart 2023 behandeld en geoordeeld dat nu de rechtbank op dezelfde datum uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde datum uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.