ECLI:NL:RBDHA:2023:521

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
AWB 22/1658
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoeker heeft tegen het besluit tot beëindiging van zijn duurzaam verblijfsrecht bezwaar gemaakt, dat door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen is beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Verzoeker is op 30 maart 2022 aangetekend in de gelegenheid gesteld het griffierecht van €184 binnen twee weken te voldoen of een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen.

Verzoeker heeft niet binnen de termijn gereageerd en pas op 3 juni 2022 een beroep op betalingsonmacht gedaan, zonder het griffierecht te betalen of een geldige reden voor het verzuim te geven. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/1658

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het duurzaam verblijfsrecht van eiser wordt beëindigd.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In het besluit van 15 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoeker is het griffierecht vastgesteld op € 184.
2. Bij aangetekende brief van 30 maart 2022 is verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te betalen, dan wel binnen die termijn een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Daarbij is hij tevens gewezen op de mogelijkheid dat zijn beroep anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
3. Verzoeker heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd op de brief van 8 maart 2022. Pas op 3 juni 2022 heeft verzoeker een beroep op betalingsonmacht gedaan.
4. Verzoeker heeft het griffierecht niet betaald. Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, op 12 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.