Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.5591) is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen. Wel wordt de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,00, welke aan de rechtsbijstandverlener betaald dienen te worden vanwege de verleende toevoeging.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,00.