ECLI:NL:RBDHA:2023:5140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vervroegde ingangsdatum IVA-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
De zaak betreft een geschil over de ingangsdatum van een IVA-uitkering voor een voormalig kraamverzorgster die sinds 2010 arbeidsongeschikt is. Verweerder kende aanvankelijk een IVA-uitkering toe vanaf 9 april 2021, maar stelde deze later vast op 9 april 2020, na bezwaar van eiseres.
Eiseres betoogde dat de ingangsdatum op 10 januari 2018 had moeten liggen vanwege de zeldzame aandoening Inappropriate Sinus Tachycardie en het langdurige, stabiele ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Zij stelde dat verzekeringsartsen onzorgvuldig hadden gehandeld en verwees naar eerdere jurisprudentie over herbeoordelingen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 64 lid 11 WIA Pro een strikt toetsingskader kent en dat het ontbreken van een herbeoordeling in 2019 geen bijzonder geval vormt. Ook het onzorgvuldig handelen van verweerder leidt niet tot een eerdere ingangsdatum. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de IVA-uitkering blijft toegekend vanaf 9 april 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de IVA-uitkering vanaf 9 april 2020 wordt ongegrond verklaard.