ECLI:NL:RBDHA:2023:5069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardige link tussen aanslag en voormalige werkzaamheden Colombiaanse marine
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel naar aanleiding van een aanslag op zijn leven die hij toeschrijft aan de criminele groepering La Officina vanwege zijn werkzaamheden voor de Colombiaanse marine.
De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een geloofwaardige causaliteit tussen de aanslag en de werkzaamheden, en het feit dat eiser geen bescherming van de autoriteiten heeft gezocht. Eiser betwistte dit en stelde dat hij geen bescherming kon krijgen en dat de link wel degelijk bestond.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over de link tussen de aanslag, La Officina en zijn werkzaamheden onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. Ook het feit dat eiser geen aangifte deed, terwijl hij contacten binnen de politie had, en dat hij na het beëindigen van zijn werkzaamheden zonder problemen in Colombia verbleef, onderbouwden het oordeel.
De rechtbank concludeert dat eiser niet voldoet aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro, en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardige link tussen aanslag en werkzaamheden.