ECLI:NL:RBDHA:2023:5007
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard
Eiser diende op 9 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden stelde eiser de staatssecretaris op 15 juni 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Op 30 juni 2022 werd beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder nam op 26 augustus 2022 alsnog een besluit en wees de aanvraag toe.
Ondanks het genomen besluit handhaafde eiser het beroep met het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen binnen de wettelijke termijn na ingebrekestelling. Het beroep tegen het besluit zelf werd ongegrond verklaard omdat de rechtbank oordeelde dat geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is op grond van de Tijdelijke wet en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiser ter hoogte van €418,50. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk; beroep tegen besluit ongegrond; staatssecretaris veroordeeld tot proceskostenbetaling.