ECLI:NL:RBDHA:2023:4898

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
NL23.3634
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep

Verzoeker, een Marokkaanse staatsburger geboren in 1998, had een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 2 februari 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak (NL23.3633) op 2 maart 2023. Partijen waren niet aanwezig tijdens de zitting, ondanks voorafgaande kennisgeving.

Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.3633), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Op grond hiervan werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S. Sari, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3634

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: M.K. Ruizendaal).

Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.3633, op 2 maart 2023 op zitting behandeld. Partijen zijn, met voorgaande kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen.

Overwegingen

Verzoeker heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1998.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.3633, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S. Sari, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.