Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
Wat vindt eiser
Wat vindt de rechtbank
Voorop staat dat de stelling van eiser, dat in alle voorgehouden functies overschrijdingen van zijn belastbaarheid plaatsvinden ten aanzien van dynamisch handelen en statische houdingen, maar ook op het persoonlijk en sociaal functioneren, in feite is gericht tegen de door de VA vastgestelde en door de VABB voor akkoord bevonden FML van 16 augustus 2021. Immers, zoals de ADBB al heeft aangegeven in zijn rapport van 29 december 2021 baseert eiser deze kritiek op meer/zwaardere beperkingen dan die zijn aangenomen door de verzekeringsartsen in de FML. De rechtbank heeft hiervoor in punt 16 al geoordeeld dat er geen reden is om aan die FML te twijfelen. Verder heeft de ADBB heeft in zijn rapport van 29 december 2021 toegelicht dat voor zover er in de geduide functies sprake is van signaleringen en sprake is van schroefbewegingen met hand en arm deze uitgevoerd worden met de dominante (i.c. rechter) arm en hand en niet met de beperkte linkerzijde. Over het aspect boven schouder actief zijn heeft de ADBB toegelicht dat de linkerzijde beperkt is en voor zover voorkomend betreft het in de geduide functies kortstondige handelingen die alleen met de rechterarm kunnen worden verricht. Soms moet met twee handen boven schouderhoogte worden gewerkt, maar ook dit betreft slechts enkele seconden. Deze belastingen vormen volgens de ADBB geen bezwaar.