Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een gemeenschapsonderdaan, kreeg op 4 mei 2022 een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat haar rechtmatig verblijf in Nederland werd beëindigd en dat zij Nederland binnen een maand moest verlaten. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 2 november 2022 ongegrond verklaard.
Tegen dit bestreden besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank en verzocht zij tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 31 maart 2023 overwogen dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep dat betrekking heeft op het primaire besluit.
Omdat de hoofdzaak reeds is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is zonder zitting gedaan en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.