ECLI:NL:RBDHA:2023:4812

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
6 april 2023
Zaaknummer
NL22.24347
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan

Verzoekster, een gemeenschapsonderdaan, kreeg op 4 mei 2022 een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat haar rechtmatig verblijf in Nederland werd beëindigd en dat zij Nederland binnen een maand moest verlaten. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 2 november 2022 ongegrond verklaard.

Tegen dit bestreden besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank en verzocht zij tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 31 maart 2023 overwogen dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep dat betrekking heeft op het primaire besluit.

Omdat de hoofdzaak reeds is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is zonder zitting gedaan en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.24347

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

In het besluit van 4 mei 2022 (primair besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het rechtmatig verblijf van verzoekster als gemeenschapsonderdaan is beëindigd. Tevens heeft verweerder bepaald dat verzoekster Nederland binnen één maand moet verlaten.
In het besluit van 2 november 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.24344, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.