ECLI:NL:RBDHA:2023:4753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak zelfstandige
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige. Alle eerdere aanvragen zijn afgewezen. De meest recente aanvraag van 16 juni 2022 werd niet in behandeling genomen vanwege het niet correct betalen van leges. Verzoeker maakte bezwaar, dat deels gegrond werd verklaard, maar de vergunning werd alsnog geweigerd omdat verzoeker onvoldoende nieuwe feiten en documenten had overgelegd.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op zijn beroep wordt beslist. Hij stelde dat de aanvraag ten onrechte niet in behandeling was genomen en dat hij wel degelijk een ondernemingsplan en andere relevante documenten had overgelegd. Tevens wees hij op het driejarenbeleid en zijn rechtmatig verblijf in Nederland gedurende die periode.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van onverwijlde spoed vanwege een dreigende uitzetting met een geplande vlucht. Verweerder verzette zich niet tegen het verzoek. Daarom werd het verzoek toegewezen, waarbij verzoeker niet mag worden uitgezet tot vier weken na de beslissing op het beroep. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker mag niet worden uitgezet tot vier weken na beslissing op het beroep.