ECLI:NL:RBDHA:2023:4692
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon geboren in 2000, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had dit verzoek op 2 februari 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de uitspraak op het beroep. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 2 maart 2023 samen met een verwante zaak, waarbij partijen niet verschenen.
Gezien de uitspraak op de hoofdzaak (zaaknummer NL23.3635) die gelijktijdig is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.