ECLI:NL:RBDHA:2023:4685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak met proceskostenveroordeling
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar bezwaar tegen de vaststelling dat zij nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad, ongegrond werd verklaard. Tevens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die het bestreden besluit schorsende werking zou geven totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat in een andere zaak met een vergelijkbaar onderwerp het beroep gegrond is verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten en het door haar betaalde griffierecht.
De proceskosten zijn vastgesteld op €837, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand, en het griffierecht op €184. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.