ECLI:NL:RBDHA:2023:462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 13 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser eerder in Frankrijk een asielverzoek had ingediend. Frankrijk accepteerde het verzoek tot terugname.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet langer geldt vanwege onvoldoende opvang en hulp, vervolging van de Ahmadiyya-gemeenschap in Pakistan, en persoonlijke problemen in Frankrijk zoals een roofoverval. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat de enkele stelling van gebrek aan opvang niet voldoende is en dat Frankrijk zijn verplichtingen niet structureel schendt. Ook de bewering dat eiser zijn geloof niet kan belijden werd niet gevolgd, mede omdat er een Ahmadiyya-kerk in Frankrijk is. Nieuwe informatie over vervolging in Pakistan kan in Frankrijk worden ingebracht. De persoonlijke problemen in Frankrijk waren onvoldoende onderbouwd en de Franse autoriteiten toonden bereidheid tot hulp.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.