ECLI:NL:RBDHA:2023:4551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag en proceskostenveroordeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 oktober 2021. Nadat verweerder op 1 december 2022 de asielaanvraag heeft ingewilligd, heeft eiser het beroep gehandhaafd met betrekking tot de vraag of verweerder bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit inmiddels zijn doel heeft bereikt door de inwilliging van de aanvraag, waardoor het procesbelang ontbreekt. Daarnaast is op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND bepaald dat geen bestuurlijke dwangsommen kunnen worden verbeurd bij besluiten op asielaanvragen. Dit is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die oordeelde dat deze regeling niet in strijd is met het Unierecht.
Daarmee kan eiser met het beroep niet bereiken wat hij wil, zodat ook voor dit onderdeel het procesbelang ontbreekt. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat eiser wel het recht had om beroep in te stellen vanwege het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €418,50, vastgesteld volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.