De rechtbank Den Haag behandelde op 19 januari 2023 een zaak betreffende internationale kinderontvoering waarbij de vader een verzoek had ingediend tot teruggeleiding van de minderjarige kinderen. Na een regiezitting op 30 december 2022 en een daaropvolgende crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, bereikten partijen een minnelijke vaststellingsovereenkomst.
De kinderen, geboren in België en met de Belgische nationaliteit, verblijven sinds 30 juni 2022 in Nederland met de moeder. De vader had zich op 25 juli 2022 tot de Nederlandse Centrale Autoriteit gewend en het teruggeleidingsverzoek op 9 januari 2023 ingetrokken, met het verzoek om de internationale omgangsregeling zoals vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst te effectueren.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was om over het verzoek te beslissen omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen inmiddels Nederland was. De rechtbank kende het verzoek toe en verklaarde de onderlinge regeling over de ouderlijke verantwoordelijkheid en omgangsregeling, zoals neergelegd in de vaststellingsovereenkomst van 6 januari 2023, uitvoerbaar bij voorraad.