ECLI:NL:RBDHA:2023:4548

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 maart 2023
Publicatiedatum
3 april 2023
Zaaknummer
NL22.20883
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten bij ingetrokken beroep wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker stelde op 14 oktober 2022 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn herhaalde asielaanvraag van 15 juni 2020. Het oorspronkelijke besluit van 3 januari 2022 wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, maar dit besluit werd op 18 februari 2022 ingetrokken. Vervolgens werd de asielaanvraag op 2 december 2022 alsnog ingewilligd.

Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen binnen de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten.

De rechtbank motiveerde de hoogte van de kostenvergoeding op basis van een puntensysteem, waarbij één punt werd toegekend voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep (alleen niet tijdig beslissen). De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 3 april 2023.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.20883

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekerV-nummer: [nummer](gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 14 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn herhaalde asielaanvraag van 15 juni 2020.
Bij besluit van 3 januari 2022 is de aanvraag afgewezen als kennelijk
ongegrond. Verweerder heeft dit besluit op 18 februari 2022 ingetrokken.
Bij besluit van 2 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.