ECLI:NL:RBDHA:2023:4540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit mvv-aanvraag
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende vervolgens alsnog de mvv via de Nederlandse ambassade te Ankara, waarna verzoekster haar beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog het besluit te nemen, werd het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) met een wegingsfactor licht vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.