Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van november 2021. Inmiddels heeft de staatssecretaris de asielaanvraag bij besluit van september 2022 ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer heeft.
Eiser vorderde daarnaast bestuurlijke dwangsommen wegens de vertraging, maar de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van dergelijke dwangsommen bij asielbesluiten uit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat deze uitsluiting niet in strijd is met Unierecht.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Omdat het beroep echter terecht was gericht tegen het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiser, vastgesteld op €418,50 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro. Eiser heeft niet gereageerd op de vraag of het beroep gehandhaafd wordt na het inwilligende besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.