ECLI:NL:RBDHA:2023:4366
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser, afkomstig uit Afghanistan, diende op 4 januari 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, stelde een besluitmoratorium in voor aanvragen van Afghaanse vreemdelingen, waardoor de beslistermijn werd verlengd met een jaar.
Eiser stelde verweerder op 24 augustus 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag en diende op 9 september 2022 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het prematuur is ingediend: de verlengde beslistermijn liep nog tot 5 juli 2023.
De rechtbank baseert zich op de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000. Het besluitmoratorium schort de beslistermijn op en maakt dat verweerder niet verplicht was eerder te beslissen. De beëindiging van het moratorium per 22 juli 2022 verandert hier niets aan. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingediend.