ECLI:NL:RBDHA:2023:4356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens termijnoverschrijding en onrechtmatigheid detentie
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, was in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 met het doel uitzetting naar Marokko. De rechtbank had het vooronderzoek uiterlijk op 13 maart 2023 moeten sluiten, maar deed dit pas op 30 maart 2023, waardoor sprake was van een termijnoverschrijding die enkel aan de rechtbank te wijten was.
De rechtbank oordeelt dat deze overschrijding leidt tot onrechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring vanaf 14 maart 2023. Hoewel eiser stelde dat de uitzetting onvoldoende voortvarend werd uitgevoerd en dat er geen zicht was op uitzetting binnen redelijke termijn, concludeert de rechtbank dat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht en dat de vertraging mede veroorzaakt wordt door de niet-meewerkende houding van eiser zelf.
De rechtbank heft de maatregel van bewaring op vanwege de termijnoverschrijding en gelast onmiddellijke invrijheidstelling. Daarnaast kent zij eiser een schadevergoeding toe van € 100 per dag onrechtmatige detentie vanaf 14 maart 2023, totaal € 1.700, en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van € 837. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank heft de maatregel van bewaring op wegens termijnoverschrijding en gelast onmiddellijke invrijheidstelling met toekenning van schadevergoeding.